ECLI:NL:CRVB:2025:672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 59,13% en toekenning loongerelateerde WGA-uitkering
Appellant was het niet eens met de vaststelling van het UWV dat hij per 6 april 2017 voor 59,13% arbeidsongeschikt was en betoogde dat hij meer medische beperkingen had dan aangenomen. Hij stelde dat de psychiatrische expertise onvoldoende zorgvuldig was en dat diagnoses zoals PTSS en AD(H)D niet juist waren meegenomen.
De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellant ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die concludeerde dat er geen aanleiding was voor een hogere mate van beperkingen dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 12 september 2017.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en consistent was. De Raad vond geen reden om de conclusies over de geschiktheid van de geselecteerde functies en de mate van arbeidsongeschiktheid te herzien.
Het hoger beroep werd verworpen en de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering op basis van 59,13% arbeidsongeschiktheid bleef in stand. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 30 april 2025.
Uitkomst: De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 59,13% en de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering blijven in stand.