Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.Deze voorwaarden behoeven daarom geen bespreking.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg op 10 maart 2022 een Wajong-uitkering aan, stellende dat hij duurzaam geen arbeidsvermogen had vanwege jeugdtrauma's. Het UWV verrichtte medisch en arbeidskundig onderzoek en concludeerde dat appellant wel arbeidsvermogen bezit. Het UWV weigerde daarop de uitkering toe te kennen, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had gedaan en stelde vast dat appellant ten minste vier uur per dag belastbaar is. De rechtbank gaf het UWV de gelegenheid een passende taak aan te wijzen die appellant kan uitvoeren, waarna de taak 'scannen' werd geselecteerd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep betwist appellant dat hij de taak 'scannen' kan uitvoeren vanwege mogelijke blootstelling aan geluid en geuren die zijn PTSS-klachten kunnen verergeren. De Raad achtte de toelichting van de arbeidsdeskundige overtuigend dat de taak in een rustige kantoorsetting zonder hinderlijke geluiden of geuren wordt uitgevoerd. Het verzoek van appellant om nader bewijs werd afgewezen wegens te late indiening.
De Raad concludeerde dat appellant op de aanvraagdatum arbeidsvermogen had en daarom geen jonggehandicapte was in de zin van de Wajong. Het hoger beroep werd afgewezen, waarmee de weigering van de Wajong-uitkering definitief bleef staan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant op de aanvraagdatum arbeidsvermogen had en daarom geen Wajong-uitkering toekomt.