ECLI:NL:CRVB:2025:652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant ontving sinds 2020 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 100%. Na herbeoordelingen door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen stelde het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en beëindigde de uitkering per 21 september 2023. Appellant betwistte dit en voerde aan dat zijn psychische en fysieke beperkingen onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af, waarbij zij de medische en arbeidskundige rapportages als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd beoordeelde. Appellant bracht in hoger beroep nieuwe medische informatie in, maar deze werd vanwege strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de beperkingen van appellant adequaat zijn vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 17 juli 2023. De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies passend zijn en dat er geen aanleiding is voor benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de beëindiging van de WIA-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering per 21 september 2023 wordt bevestigd.