ECLI:NL:CRVB:2025:638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd na herbeoordeling
Appellant, voormalig slager, kreeg een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid, die het Uwv na herbeoordeling beëindigde omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellant betwistte dit en voerde aan dat zijn medische beperkingen, waaronder psychische klachten, rugklachten en diabetes, onvoldoende in de beoordeling waren meegenomen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren onderbouwd. Appellant voerde hoger beroep aan, waarbij hij stelde dat beperkingen op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren, zitten, duwen/trekken, tillen en verhoogd persoonlijk risico door diabetes niet juist waren beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het Uwv. De medische beoordeling was zorgvuldig en toereikend gemotiveerd, waarbij individuele omstandigheden rondom diabetes en andere klachten waren meegewogen. Ook de arbeidskundige beoordeling dat de geselecteerde functies passend zijn, werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering per 10 april 2023 wordt bevestigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.