ECLI:NL:CRVB:2025:635
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens te late herinnering griffierecht in WIA-uitspraak
In deze zaak betrof het een hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake WIA-zaken. De Raad had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Appellante heeft verzet ingesteld tegen deze beslissing.
De kern van het geschil lag bij de wijze en timing van de verzending van de herinnering voor het griffierecht. Hoewel de aangetekende herinnering op het kantoor van de gemachtigde van appellante zou zijn aangeboden tijdens diens vakantie, is niet vast te stellen of deze daadwerkelijk is ontvangen. De Raad constateerde dat de aangetekende nota griffierecht was teruggekomen voordat de betalingstermijn was verstreken, maar dat de gewone herinnering pas na afloop van die termijn werd verzonden.
Gezien deze omstandigheden oordeelde de Raad dat het verzet gegrond is en dat de eerdere uitspraak van 29 augustus 2024 vervalt. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond, zonder proceskostenveroordeling. Hiermee wordt appellante alsnog in de gelegenheid gesteld haar zaak inhoudelijk te laten behandelen.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat betalen van griffierecht wordt opgeheven.