Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.Appellante moet zorg ontvangen die is afgestemd op haar behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden en zij wenst dat dochter [naam zorgverlener] die zorg verleent. Om die zorg te kunnen leveren heeft [naam zorgverlener] haar arbeidspatroon aangepast, waardoor zij nu minder inkomsten uit arbeid ontvangt. Het zorgkantoor heeft (ook) ten onrechte geweigerd appellante met ingang van 2 september 2020 in aanmerking te brengen voor een pgb. Anders dan de rechtbank meent appellante dat door het zorgkantoor in e-mailberichten de toezegging is gedaan dat met terugwerkende kracht een pgb zou worden verleend als er een mentor zou worden aangesteld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel zou daarom moeten slagen. De mentor vormt de waarborg om te voorkomen dat herhaling plaatsvindt van de situatie in het verleden. Ten slotte heeft appellante aangevoerd dat het zorgkantoor het verbod op reformatio in peius heeft geschonden, omdat het zorgkantoor voor het eerst in het bestreden besluit heeft laten weten dat [naam zorgverlener] niet wordt geaccepteerd als zorgverlener.