ECLI:NL:CRVB:2025:614
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard inzake berekening en uitbetaling persoonsgebonden budget begeleiding individueel
De zaak betreft een beroep van appellant tegen het college van burgemeester en wethouders van Waterland over de berekening en uitbetaling van een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding individueel.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken van 7 april 2021 en 27 juni 2023, waarbij het beroep tegen een besluit van 22 april 2022 gegrond werd verklaard en het besluit van 10 april 2018 werd herroepen voor zover het de maatwerkvoorziening begeleiding individueel betrof. Naar aanleiding hiervan heeft het college op 7 december 2023 het pgb over de periode van 5 februari 2018 tot en met 30 april 2018 berekend en uitbetaald.
Appellant stelde dat het recht op het pgb ook na 30 april 2018 bleef bestaan, maar de Raad oordeelt dat dit niet het geval is. De uitspraak van 27 juni 2023 betrof uitsluitend de periode tot en met 30 april 2018. De besluitvorming over de periode daarna valt buiten de bevoegdheid van de Raad. Het college heeft het pgb correct berekend en uitbetaald.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het college het pgb over de juiste periode heeft berekend en uitbetaald.