ECLI:NL:CRVB:2025:61
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische informatie over arbeidsvermogen op achttiende verjaardag
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van het ontbreken van arbeidsvermogen op haar achttiende verjaardag. Het UWV weigerde deze uitkering omdat er onvoldoende medische informatie beschikbaar was om de aard en omvang van haar beperkingen in de periode 1984-1989 vast te stellen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de bewijslast bij appellante ligt vanwege de laattijdige aanvraag.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar bipolaire stoornis en PTSS al op haar achttiende aanwezig waren, onderbouwd met een brief van een psychiater. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat ook deze medische informatie onvoldoende is om vast te stellen dat zij toen duurzaam geen arbeidsvermogen had.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellante geen jonggehandicapte is in de zin van de Wajong en dat de weigering van de uitkering terecht is. Het hoger beroep werd verworpen en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van duurzaam geen arbeidsvermogen op achttiende verjaardag.