ECLI:NL:CRVB:2025:60
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing Wajong-uitkering wegens schending inlichtingenplicht over verblijfplaats
Appellant ontvangt sinds 2012 een Wajong-uitkering. Het UWV stelde bij besluit van 10 februari 2021 vast dat appellant vermoedelijk in het buitenland verbleef zonder dit te melden, waarna de uitkering per 1 februari 2021 werd geschorst. Tevens kreeg appellant een waarschuwing wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het UWV terecht handelde op basis van een onderzoeksrapport waarin onder meer politie en familieleden verklaarden dat appellant sinds eind 2020 in Mexico verbleef. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende was en dat de rechtbank onterecht aannam dat de politie de melding had gedaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV een gegrond vermoeden had en het onderzoek niet onzorgvuldig was. De Raad onderschrijft de rechtbank en wijst het hoger beroep af. De schorsing van de uitkering en de waarschuwing wegens schending van de inlichtingenplicht blijven in stand.
Uitkomst: De schorsing van de Wajong-uitkering en de waarschuwing wegens schending van de inlichtingenplicht worden bevestigd.