Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
De vreemdeling heeft in Nederland uitsluitend rechtmatig verblijf:
Centrale Raad van Beroep
Appellant, met de Angolese nationaliteit, vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet. Hij stelde dat hij recht had op bijstand vanwege een lopende procedure tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning en zijn relatie met zijn minderjarige zoon met de Portugese nationaliteit.
De Raad oordeelde dat appellant geen procedureel verblijfsrecht had in de relevante periode en dat er geen afgeleid verblijfsrecht bestond. Het beroep op zeer dringende redenen werd niet gemotiveerd en daarom niet gehonoreerd. De rechtbank had eerder het beroep tegen de afwijzing van de bijstand ongegrond verklaard.
De Raad nam de overwegingen van de rechtbank over en wees de beroepsgronden van appellant af. Het hoger beroep werd verworpen, waardoor de afwijzing van de aanvraag om bijstand in stand bleef. Appellant kreeg geen vergoeding voor proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd wegens ontbreken van verblijfsrecht en geen gemotiveerd beroep op zeer dringende redenen.