ECLI:NL:CRVB:2025:539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om haar een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Zij stelt dat zij meer medische beperkingen heeft dan door het UWV is aangenomen en daardoor niet geschikt is voor de geselecteerde functies.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op een hoorzitting en in een rapport van november 2023 gemotiveerd waarom bepaalde beperkingen niet zijn aangenomen, mede omdat een postnatale depressie pas na de datum in geding is vastgesteld. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze beoordeling onjuist zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. De Raad benadrukt dat het recht op een WIA-uitkering pas ontstaat bij minstens 35% arbeidsongeschiktheid, welke zorgvuldig is vastgesteld door medisch en arbeidskundig onderzoek. De stelling van appellante dat haar klachten eerder dateren is niet concreet onderbouwd. De weigering blijft daarmee in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.