ECLI:NL:CRVB:2025:514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing over verzoek UWV tot beperkte kennisneming van fraude-indicatoren documenten
In deze zaak heeft het UWV verzocht om beperkte kennisneming van documenten die risicokenmerken en fraude-indicatoren bevatten, behorende bij de werkinstructies Thema Gefingeerd Dienstverband van 2015 en 2020. Het verzoek was gebaseerd op het argument dat volledige openbaarmaking het risico vergroot dat mensen hun handelswijze hierop afstemmen, wat toekomstig toezicht zou belemmeren.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek getoetst aan artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij een belangenafweging plaatsvond tussen het belang van partijen en de bestuursrechter om over alle relevante informatie te beschikken en het belang om schadelijke gevolgen van openbaarmaking te voorkomen.
De Raad oordeelde dat de door het UWV aangevoerde redenen onvoldoende zwaarwegend zijn om kennisneming door partijen te beperken. De inhoud van de documenten is van belang voor een juiste en zorgvuldige beoordeling van het handelen van het UWV in het onderzoek naar het dienstverband van verzoeker. Mogelijke schadelijke gevolgen van openbaarmaking wegen niet op tegen het belang van volledige informatievoorziening.
Daarom is het verzoek tot beperkte kennisneming afgewezen en is het UWV verzocht de ongeschoonde documenten opnieuw toe te zenden. De Raad benadrukt dat het niet aannemelijk is dat kennisneming door partijen het toezicht door het UWV wezenlijk zal ondermijnen.
Uitkomst: Het verzoek van het UWV tot beperkte kennisneming van documenten wordt afgewezen en volledige kennisneming door partijen wordt bevolen.