ECLI:NL:CRVB:2025:495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling medische en arbeidskundige geschiktheid
Appellante ontving een Ziektewetuitkering sinds oktober 2021 na ziekte met fysieke klachten. Het UWV beëindigde de uitkering per 2 september 2022, omdat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen in passende functies die door een arbeidsdeskundige waren vastgesteld op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 6 juli 2022.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen had, waaronder klachten door carpaletunnelsyndroom, fibromyalgie en andere aandoeningen, en dat het UWV niet aan zijn onderzoeksplicht had voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische stukken geen aanleiding geven tot een ander oordeel dan dat van het UWV en de rechtbank. De arbeidsdeskundige heeft voldoende gemotiveerd dat de geduide functies binnen de beperkingen van appellante passen. Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 2 september 2022.