Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten vroegen een individuele inkomenstoeslag aan op grond van artikel 36 van Pro de Participatiewet. Het college wees de aanvraag af omdat het inkomen van appellanten in december 2017 hoger was dan 102% van de toepasselijke bijstandsnorm, waardoor niet werd voldaan aan de definitie van langdurig laag inkomen zoals vastgelegd in de gemeentelijke verordening.
Appellanten voerden aan dat het college mogelijk onrechtmatig gebruik had gemaakt van gegevens uit de Fraude Signaleringvoorziening van de Belastingdienst en dat de overschrijding van de inkomensnorm marginaal was, zodat toepassing van artikel 3 van Pro de Verordening onevenredig nadelig uitpakte. De Raad stelde vast dat het college de FSV niet had gebruikt bij de besluitvorming en dat de overschrijding van € 380,- ruim boven de toegestane marge van ongeveer € 5,- lag.
Verder oordeelde de Raad dat het feit dat appellanten gedurende het grootste deel van de referteperiode bijstand ontvingen en minder toeslagen kregen, geen reden was om af te wijken van de Verordening. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag individuele inkomenstoeslag wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.