ECLI:NL:CRVB:2025:360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig steigerbouwer, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding in februari 2020. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant 31,22% arbeidsongeschikt is, wat onder de vereiste 35% ligt voor een uitkering. Het UWV weigerde daarom de WIA-uitkering per 15 februari 2022.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank Rotterdam, die het besluit van het UWV bevestigde. De rechtbank vond het medisch oordeel juist en voldoende onderbouwd, en verwierp de stelling dat appellant ADL-afhankelijk zou zijn of niet in staat om de geselecteerde functies te vervullen.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep voerde appellant aan dat zijn fysieke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat sociale omstandigheden, zoals dakloosheid, invloed hadden. De Raad oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen reden was om het oordeel te herzien. Het hoger beroep werd afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.