ECLI:NL:CRVB:2025:340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken noodzaak permanent toezicht
Appellant, geboren in 1976 en lijdend aan epilepsie, diende op 23 maart 2021 een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag op 23 juni 2021 af, stellende dat geen blijvende noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid kon worden vastgesteld. Na bezwaar verklaarde het CIZ het bezwaar ongegrond op 25 januari 2022, waarbij opnieuw werd bevestigd dat geen noodzaak voor permanent toezicht bestaat.
De rechtbank Noord-Holland bevestigde dit besluit op 24 januari 2023. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het medisch advies onvoldoende gemotiveerd was en dat hij dagelijks een epileptische aanval heeft waarbij zorg noodzakelijk is. Tevens verzocht hij om benoeming van een medisch deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, mede doordat aanvullende informatie van een expertisecentrum was betrokken. De aard van de epileptische aanvallen (focale aanvallen met verminderde gewaarwording) en het vermogen van appellant om zelfstandig uit een aanval te komen, maakten 24-uurs zorg niet noodzakelijk. Maatregelen zoals hoofdbescherming kunnen ernstig nadeel voorkomen. De Raad zag geen reden voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en wees het hoger beroep af.
De uitspraak bevestigt het bestreden besluit en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De aanvraag voor langdurige zorg wordt afgewezen wegens het ontbreken van noodzaak voor permanent toezicht of 24-uurs zorg.