ECLI:NL:CRVB:2025:265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- L.M. Tobé
- B. Serno
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief over FLO-overgangsrecht
Appellant, geboren in 1971, diende op 31 juli 2019 een verzoek in om vast te stellen dat hij aanspraak kon maken op het FLO-overgangsrecht. Het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Zuid-Limburg wees dit verzoek bij brief van 29 augustus 2019 af, stellende dat appellant niet onder het overgangsrecht viel omdat hij pas vanaf 1 december 2006 in beroepsdienst was getreden. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk en vernietigde het bestreden besluit, oordelend dat appellant te vroeg was met zijn aanvraag.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en dat het FLO-overgangsrecht wel op hem van toepassing was. De Raad oordeelde dat de brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb en ook geen bestuurlijk rechtsoordeel dat gelijkgesteld kan worden aan een besluit. De brief had geen rechtsgevolg en was niet gericht op het wijzigen van de rechtspositie van appellant.
De Raad overwoog verder dat het voor appellant niet onevenredig bezwarend was om het daadwerkelijke besluit af te wachten, omdat het FLO-overgangsrecht pas vanaf 55 jaar geldt en appellant op het moment van aanvraag 47 jaar was. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.