ECLI:NL:CRVB:2025:243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als industrieel ontwerper, werd per 26 januari 2022 geen WIA-uitkering toegekend omdat het UWV haar arbeidsongeschiktheid op 31,14% heeft vastgesteld, onder de vereiste 35%.
Zowel verzekeringsartsen als arbeidsdeskundigen van het UWV onderbouwden deze beoordeling met medische en arbeidskundige rapporten, inclusief een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Appellante voerde aan dat zij meer beperkingen had, onderbouwd met rapporten van haar eigen verzekeringsarts en aanvullende medische informatie.
De rechtbank oordeelde dat de rapporten van het UWV overtuigend waren en de stellingen van appellante onvoldoende onderbouwd. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel, stelde dat de aanvullende medische gegevens geen aanleiding geven tot een ander oordeel en bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de weigering van de WIA-uitkering in stand blijft en appellante geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De weigering van de WIA-uitkering per 26 januari 2022 wordt bevestigd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.