ECLI:NL:CRVB:2025:1890
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen inhoudingen bijstandsuitkering wegens derdenbeslag
Verzoeker, een bijstandsgerechtigde, heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om maandelijks een bedrag in te houden op zijn bijstandsuitkering vanwege een executoriaal derdenbeslag.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld dat het verzoek geen spoedeisend belang bevat. Verzoeker heeft onvoldoende controleerbare gegevens overgelegd die aantonen dat de inhoudingen leiden tot een acute financiële noodsituatie, zoals dreigende huisuitzetting of afsluiting van energievoorzieningen. De enkele stellingen over onvoldoende middelen en gezondheidsrisico's door stress zijn onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank had eerder het beroep van verzoeker tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Verzoeker stelde dat het college ten onrechte bedragen inhoudt, ook vakantiegeld, maar dit werd niet als spoedeisend erkend.
De voorzieningenrechter concludeert dat behandeling van de bodemprocedure kan worden afgewacht en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.