ECLI:NL:CRVB:2025:1871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na toekenning WIA-uitkering en proceskostenvergoeding
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV omtrent de toekenning van een WIA-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij alsnog een WIA-uitkering werd toegekend met ingang van 1 april 2021.
Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de na te betalen uitkering. De Raad oordeelde dat het UWV op grond van de gewijzigde beslissing volledig aan de bezwaren tegemoet was gekomen.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op €6.201,78 inclusief kosten voor een medisch adviesrapport, en tot betaling van wettelijke rente conform eerdere jurisprudentie. Tevens werd het griffierecht vergoed.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 december 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep werd ingetrokken na toekenning van de WIA-uitkering en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.