Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.267,50;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht van € 138,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Nadat het UWV op 15 juli 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar had genomen die volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante, trok zij het hoger beroep in. Het UWV stemde in met een proceskostenveroordeling.
De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht geoordeeld dat het UWV de proceskosten van appellante in hoger beroep moet vergoeden. Dit betreft de kosten die redelijkerwijs zijn gemaakt voor de behandeling van het hoger beroep, exclusief reeds vergoede kosten in de bezwaarfase en rechtbankprocedure.
De proceskosten zijn begroot op € 2.267,50 voor verleende rechtsbijstand, gebaseerd op het aantal punten volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht, en het door appellante betaalde griffierecht van € 138,- wordt eveneens vergoed. De Raad vond een nadere zitting niet nodig en sprak de beslissing in het openbaar uit op 18 december 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht.