ECLI:NL:CRVB:2025:1844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Tijdens de procedure heeft zij meerdere verzoeken om wraking ingediend, die door de wrakingskamer zijn afgewezen of niet in behandeling genomen.
De Centrale Raad van Beroep heeft appellante bij twee afzonderlijke brieven gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €138,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het griffierecht verschuldigd voor het hoger beroep. Omdat appellante niet tijdig heeft betaald, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W.R. van der Velde in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.