Uitspraak
17 juli 2025, 24/1910 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 juli 2025. De Centrale Raad van Beroep beoordeelt of het beroepschrift tijdig is ingediend volgens de termijnen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken en vangt aan de dag na bekendmaking van de uitspraak aan. De aangevallen uitspraak is op 17 juli 2025 aan partijen toegezonden, waardoor de beroepstermijn eindigde op 29 augustus 2025. Het beroepschrift werd echter pas op 2 september 2025 per e-mail ingediend, na afloop van de termijn.
De gemachtigde van appellante gaf als reden voor de overschrijding een onverklaarbare fout in de agenda op, zonder bijzondere persoonlijke omstandigheden aan te voeren. De Raad oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, mede vanwege de professionele status van de gemachtigde. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van het geschil. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.