ECLI:NL:CRVB:2025:1816
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling WGA-vervolguitkering bij 39,91% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het door het UWV vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%, stellende dat haar beperkingen groter zijn dan aangenomen. Na meerdere medische en arbeidskundige onderzoeken heeft het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 39,91%, gebaseerd op nieuwe functies die passend geacht worden.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling onvolledig was en dat de geselecteerde functies te zwaar waren, mede vanwege pijnklachten en fibromyalgie. De Raad oordeelt dat de medische beoordeling voldoende gemotiveerd is en dat er geen nieuwe medische informatie is ingebracht die aanleiding geeft tot twijfel.
De arbeidsdeskundige heeft de functies zorgvuldig geselecteerd en gemotiveerd dat deze binnen de beperkingen van appellante passen. Wel is erkend dat een beperking voor professioneel vervoer niet in de Functionele Mogelijkhedenlijst is opgenomen, maar dit heeft geen gevolgen voor de geschiktheid van de geselecteerde functies.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante. Het hoger beroep wordt afgewezen en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 39,91% blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 39,91% blijft gehandhaafd.