ECLI:NL:CRVB:2025:1808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid appellant
Appellant heeft een Ziektewet-uitkering aangevraagd na ziekmelding met psychische klachten, maar het UWV heeft deze geweigerd op grond van een medisch rapport dat stelt dat appellant geschikt is voor zijn laatst verrichte arbeid.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten. Appellant heeft geen objectieve medische informatie overgelegd die zijn ongeschiktheid op de datum in geding onderbouwt.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij onterecht is ontslagen, dat hij getreiterd werd en ernstige klachten ervaart, maar heeft geen nieuwe medische gegevens ingebracht. De Raad concludeert dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij arbeidsongeschikt was.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en handhaaft de weigering van de ZW-uitkering. Appellant krijgt geen vergoeding voor het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering omdat appellant medisch gezien geschikt is voor zijn laatst verrichte arbeid.