ECLI:NL:CRVB:2025:1807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning Wajong-uitkering per datum aanvraag zonder terugwerkende kracht
Appellant heeft een Wajong-uitkering aangevraagd die het Uwv per 17 april 2020 heeft toegekend, de dag waarop de aanvraag werd ingediend. Appellant stelde dat de uitkering met terugwerkende kracht vanaf zijn achttiende verjaardag in 2002 had moeten ingaan. Het Uwv wees dit af en de rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, omdat de wet geen terugwerkende kracht toelaat.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van kennelijke hardheid vanwege zijn ernstige psychische aandoeningen en dat het Uwv ten onrechte geen rekening had gehouden met een eerdere aanvraag in 2002. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wettelijke bepalingen, met name artikel 1a:11 van de Wajong, duidelijk stellen dat het recht op uitkering ingaat op de dag van de aanvraag, en dat terugwerkende kracht niet mogelijk is.
De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en wees het beroep af. De toekenning van de Wajong-uitkering per 17 april 2020 blijft gehandhaafd. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. Hiermee is het geschil definitief beslecht.
Uitkomst: De toekenning van de Wajong-uitkering per 17 april 2020 wordt bevestigd zonder terugwerkende kracht.