ECLI:NL:CRVB:2025:1802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen per 1 januari 2018
Appellant ontvangt sinds 2013 een Wajong-uitkering vanwege een respiratoire aandoening en lichte verstandelijke beperking. Het Uwv heeft in 2017 vastgesteld dat appellant arbeidsvermogen heeft, wat leidde tot verlaging van zijn uitkering per 1 januari 2018 van 75% naar 70% van het minimumloon. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit bevestigde na deskundigenonderzoek.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij 24-uurszorg nodig heeft en geen opleiding kon afronden vanwege zijn beperkingen. Hij overlegde een psychiatrisch rapport uit 2023. Het Uwv reageerde met een verzekeringsartsrapport dat geen aanleiding gaf het standpunt te herzien. De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en het Uwv dat appellant op de peildatum arbeidsvermogen had.
De Raad oordeelde dat appellant weliswaar beperkingen heeft, maar dat hij binnen de gestelde grenzen een taak kan verrichten en vier uur per dag belastbaar is. De diagnose ASS was niet relevant voor het arbeidsvermogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de verlaging van de uitkering bevestigd. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon wordt bevestigd.