ECLI:NL:CRVB:2025:1774
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering per 3 juli 2021 en proceskostenveroordeling
Appellante werkte als orderpicker en meldde zich op 3 juni 2020 ziek. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze per 3 juli 2021 omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Appellante maakte bezwaar zonder gronden te vermelden, waarna het UWV haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde wegens het ontbreken van gronden en het niet tijdig herstellen hiervan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV voldoende gelegenheid had gegeven om het bezwaar te herstellen. Appellante stelde dat de termijn voor het indienen van de bezwaargronden niet juist was berekend, omdat zij de brief van het UWV later ontving.
Het UWV herzag het eerdere besluit en verklaarde het bezwaar ontvankelijk, maar wees het alsnog af op inhoudelijke gronden. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid, verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond en het beroep tegen het inhoudelijke besluit ongegrond. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit is gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, het beroep tegen het inhoudelijke besluit is ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering per 3 juli 2021 blijft in stand.