ECLI:NL:CRVB:2025:1764
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijk verklaring van hoger beroep in sociale zekerheidszaak
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 24 november 2025 uitspraak gedaan over het verzet van appellant tegen de niet-ontvankelijk verklaring van zijn hoger beroep. Het hoger beroep was ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2024, waarin het beroep van appellant ongegrond was verklaard. De Raad had eerder, op 7 mei 2025, het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Appellant had verzet aangetekend, maar op de zitting van 13 oktober 2025 waren partijen niet verschenen.
De Raad heeft vastgesteld dat het hoger-beroepschrift op 12 november 2024 was ontvangen, terwijl de termijn voor indienen op 11 september 2024 was verstreken. Appellant heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die zouden kunnen leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding. In zijn verzetschrift van 17 juni 2025 heeft appellant aangegeven dat hij het niet eens is met de uitspraak, maar hij heeft niet kunnen aantonen dat hij niet in verzuim was. De Raad heeft geconcludeerd dat het verzet ongegrond is en heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in aanwezigheid van griffier J. Bonnema, en is openbaar uitgesproken op 24 november 2025.