ECLI:NL:CRVB:2025:1752
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WIA-zaak. Het UWV heeft op 5 juni 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het volledig aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad heeft het verzoek behandeld zonder zitting, aangezien het UWV geen verweer heeft gevoerd. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het bestuursorgaan, hier het UWV, verplicht de proceskosten te vergoeden indien het tegemoet is gekomen in de bezwaren en het beroep wordt ingetrokken.
De Raad heeft de proceskosten begroot op €2.721,- voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, en daarnaast het griffierecht van €924,-. Kosten voor verschotten zijn niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van deze kosten aan appellante.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.