ECLI:NL:CRVB:2025:1690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen WW-uitkeringsbesluit wegens ontbreken procesbelang
Appellant diende op 4 augustus 2022 een aanvraag in voor een WW-uitkering, welke door het Uwv werd toegekend voor de periode 1 augustus 2022 tot en met 31 oktober 2022. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, specifiek over zijn plichten met een uitkering, maar niet tegen de ingangsdatum, duur of hoogte van de uitkering. Het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat appellant niets aanvoerde dat het bestreden besluit feitelijk zou kunnen beïnvloeden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het bezwaar wel betrekking had op ingangsdatum, duur en hoogte, en dat eerdere procedures uit 2011-2013 relevant waren. De Raad oordeelde echter dat deze gronden herhalingen waren en dat het beroep feitelijk geen betekenis had omdat het bestreden besluit alleen betrekking heeft op de periode vanaf 1 augustus 2022. Bovendien zijn er geen maatregelen opgelegd aan appellant wegens schending van verplichtingen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellant krijgt geen inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit en geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het WW-uitkeringsbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.