Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2025:164

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 januari 2025
Publicatiedatum
28 januari 2025
Zaaknummer
23/2973 PW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens onjuiste verzending griffierecht uitnodiging

Verzoeker had een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ingediend, maar dit verzoek werd op 6 augustus 2024 niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet betalen van het griffierecht. Verzoeker deed hiertegen verzet. Tijdens de zitting op 11 november 2024, waarbij verzoeker via Teams aanwezig was en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht zich niet liet vertegenwoordigen, bleek dat verzoeker op 28 juli 2023 per e-mail had verzocht om zijn post naar een ander adres te sturen.

De nota voor het griffierecht was echter op 25 oktober 2023 naar het oude adres verzonden. Hierdoor was de uitnodiging niet correct bezorgd, wat betekent dat verzoeker niet in verzuim kon worden gesteld voor het niet betalen van het griffierecht. De Raad verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere beslissing van 6 augustus 2024 en besloot het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond.

Verzoeker zal een nieuwe uitnodiging voor het betalen van het griffierecht ontvangen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten aanzien van het verzet. De uitspraak werd op 21 januari 2025 in het openbaar gedaan door mr. E.C.G. Okhuizen, in aanwezigheid van griffier F. Sporrel.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard omdat de uitnodiging tot betaling van het griffierecht niet naar het juiste adres is verzonden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 21 januari 2025
23/2973 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 december 2022, CRvB 20/3092 PW
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 6 augustus 2024 heeft de Raad het door verzoeker ingestelde verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 december 2022 (20/3092) niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft daartegen verzet gedaan.
Het verzet is behandeld op de zitting van 11 november 2024.
Verzoeker is verschenen via Teams. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 6 augustus 2024 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat verzoeker bij e-mailbericht van 28 juli 2023 heeft verzocht om zijn post voortaan naar de [adres 2] te sturen. De nota voor het griffierecht is op 25 oktober 2023 verzonden naar het adres [adres 1] te [woonplaats] . De uitnodiging tot het betalen van het griffierecht is dus niet naar het juiste adres verzonden.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 6 augustus 2024 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Verzoeker ontvangt een nieuwe uitnodiging voor het betalen van het griffierecht.
Voor een proceskostenveroordeling ter zake van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C.G. Okhuizen, in tegenwoordigheid van F. Sporrel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2025.
(getekend) E.C.G. Okhuizen
(getekend) F. Sporrel