ECLI:NL:CRVB:2025:1629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Hij heeft tevens een verzoek tot vrijstelling van het griffierecht ingediend, dat door de Raad is afgewezen. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Volgens artikel 8:41 lid 1 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en deze verplichting geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro. Appellant is bij brief van 3 juli 2025 en bij aangetekende brief van 4 augustus 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €143,- en de uiterste betaaldatum. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier E.J.E. Veldhuizen, en uitgesproken op 12 november 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.