ECLI:NL:CRVB:2025:1625
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond verklaard tegen afwijzing verzoek herziening WAJONG-uitspraak
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 5 februari 2025, waarin zijn verzoek om herziening van een eerdere uitspraak van 22 februari 2024 werd afgewezen. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die voldoen aan artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Tijdens de zitting op 18 september 2025, waar appellant online aanwezig was en de wederpartij niet verscheen, stelde appellant dat de rechter in hoger beroep onvoldoende kennis had van het strafrecht en dat de uitspraak was gebaseerd op een andere zaak. De Raad legde uit dat de verwijzing naar eerdere uitspraken een verwijzing naar jurisprudentie betreft, die als rechtsbron wordt gebruikt.
De Raad concludeerde dat de aangevoerde gronden van appellant feitelijk een herhaling van bezwaren tegen de eerdere uitspraak zijn, waarvoor de herzieningsprocedure niet bedoeld is. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard.