ECLI:NL:CRVB:2025:1619
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking behandelend rechter in hoger beroep sociale zekerheidszaken
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen zes uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland in zaken tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Na uitnodiging voor de zitting bij de Raad werd haar meegedeeld dat W.R. van der Velde de behandelend rechter was. Tijdens de zitting op 23 september 2025 heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen deze rechter.
De behandelend rechter heeft het wrakingsverzoek afgewezen. Verzoekster en de rechter werden uitgenodigd voor een hoorzitting op 3 november 2025, waarbij verzoekster niet is verschenen. De Raad heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat een rechter kan worden gewraakt indien er feiten of omstandigheden zijn die de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden.
Verzoekster stelde dat de rechter partijdig was en een relatie had met een ploeg die zich niet in haar zaken mocht mengen, maar zij onderbouwde deze stellingen niet. De Raad oordeelde dat er geen objectieve vrees voor vooringenomenheid bestond. Kritische vragen van de rechter tijdens de zitting vormen geen aanwijzing voor vooringenomenheid. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is afgewezen wegens gebrek aan objectieve vrees voor vooringenomenheid.