Uitspraak
9 april 2025, 23/1824 en 23/2330
Centrale Raad van Beroep
Op 28 oktober 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in de zaak met nummer 25/1060 PW. Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald. Appellante was eerder op de hoogte gesteld van de verschuldigdheid van het griffierecht van € 143,- en had de verplichting om dit bedrag binnen 28 dagen na de verzending van de brief te voldoen. Ondanks herhaalde aanmaningen, waaronder een aangetekende brief op 30 juni 2025, is het griffierecht niet tijdig betaald. De Raad oordeelt dat er geen reden is om aan te nemen dat appellante niet in verzuim is geweest. Hierdoor kan het hoger beroep niet inhoudelijk worden behandeld. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van griffier A. Giesen, en is openbaar uitgesproken op dezelfde datum. Tegen deze uitspraak staat een mogelijkheid tot verzet open voor belanghebbenden binnen zes weken na verzending van het afschrift.