ECLI:NL:CRVB:2025:1534
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een besluit van het UWV. Nadat het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar nam en het bezwaar gegrond achtte, trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad heeft geen zitting gehouden omdat partijen geen zitting wensten. Op grond van artikel 8:75a Awb kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroepschrift worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad oordeelde dat het UWV aan appellant was tegemoetgekomen door het bezwaar alsnog gegrond te verklaren en de uitkering voort te zetten. Daarom werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,- en het betaalde griffierecht van € 143,-. Verzoeken tot vergoeding van kosten in bezwaar en eerdere beroepskosten werden niet gehonoreerd omdat deze reeds waren vergoed of toegewezen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 907,- en griffierecht van € 143,- na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan appellant.