ECLI:NL:CRVB:2025:1512
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bestuursorgaan en proceskostenveroordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar dit beroep op 4 juni 2025 ingetrokken nadat het UWV op 23 april 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar heeft genomen die volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep zonder zitting behandeld omdat partijen geen gebruik maakten van het recht op mondelinge behandeling. De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken vanwege tegemoetkoming.
Er is geen aanleiding voor vergoeding van kosten in de bezwaarfase omdat het verzoek daartoe niet tijdig is gedaan en appellant destijds geen professionele rechtshulp had. Wel veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep, begroot op €4.081,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van in totaal €188.
De uitspraak is gedaan door T. Dompeling namens de Centrale Raad van Beroep op 15 oktober 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.