Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als tandartsassistente, meldde zich ziek en ontving een Ziektewetuitkering die het Uwv per 29 oktober 2021 beëindigde wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. De medische beoordeling wees uit dat zij geschikt was voor drie functies geselecteerd bij de WIA-beoordeling, ondanks toegenomen lichamelijke en psychische beperkingen na een maagverkleining.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen werden onderschat en verzocht om een deskundige, maar kon dit niet met medische gegevens onderbouwen.
De Raad heropende het onderzoek en concludeerde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de geschiktheid van de functies adequaat had beoordeeld, inclusief de beperkingen op tillen, reiken, lopen, staan, dragen en buigen. De Raad volgde het oordeel dat appellante geschikt is voor de drie functies en dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd.
De proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep worden door het Uwv vergoed, evenals het griffierecht. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van gronden.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellante is terecht per 29 oktober 2021 beëindigd omdat zij geschikt is voor ten minste drie functies ondanks toegenomen beperkingen.