ECLI:NL:CRVB:2025:1503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en toekenning WGA-vervolguitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar mate van arbeidsongeschiktheid door het UWV, die was vastgesteld op 35 tot 45% en later op 43,8%. Zij stelde dat zij meer beperkingen had dan aangenomen, met name door prikkelgevoeligheid en concentratieproblemen, waardoor de geselecteerde functies niet passend zouden zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beperkingen objectief en overtuigend waren vastgesteld. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep een onafhankelijke verzekeringsarts benoemd die concludeerde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 19 januari 2022 voldoende rekening hielden met de situatie van appellante op de datum in geding.
Ondanks de bezwaren van appellante en een aanvullend rapport van een andere verzekeringsarts, volgde de Raad het oordeel van de onafhankelijke deskundige. De Raad vond geen reden om aan de juistheid van het UWV-besluit te twijfelen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd afgewezen en de toekenning van de WGA-vervolguitkering bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 43,8% en wijst het hoger beroep af.