ECLI:NL:CRVB:2025:1483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen een bepaalde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald.
De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen reden om aan te nemen dat appellante niet in verzuim was. De Raad ziet geen aanleiding om het hoger beroep inhoudelijk te behandelen of om een proceskostenveroordeling uit te spreken.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en op 7 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.