ECLI:NL:CRVB:2025:1454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ZW-uitkering wegens onvoldoende toegenomen beperkingen na WIA-beoordeling
Appellante was werkzaam als merchandiser en meldde zich in 2018 ziek. Het UWV weigerde haar in 2020 een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na een nieuwe ziekmelding in 2021 met klachten waaronder PTSS, weigerde het UWV ook een ZW-uitkering toe te kennen, omdat zij geschikt werd geacht voor ten minste drie functies geselecteerd bij de WIA-beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellante niet waren toegenomen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat, mede door de gevolgen van een auto-ongeval en langdurige psychologische behandelingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de nieuwe PTSS-diagnose niet betekent dat de beperkingen zijn toegenomen ten opzichte van de WIA-beoordeling. De psychische belastbaarheid is beperkt, maar niet meer dan eerder aangenomen. Het medisch onderzoek was voldoende zorgvuldig en de rechtbank heeft terecht het bestreden besluit in stand gelaten. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de ZW-uitkering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ZW-uitkering omdat de beperkingen van appellante niet zijn toegenomen sinds de WIA-beoordeling.