ECLI:NL:CRVB:2025:1452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- G.C. Boot
- S.B. SmitColenbrander
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering NOW-subsidie wegens ontbreken accountantsverklaring
Appellante, onderdeel van een concern met een zelfstandige schoonheidssalon, diende aanvragen in voor loonkostensubsidies onder de NOW-1 en NOW-3 regelingen. De minister stelde de subsidie op nihil en vorderde betaalde voorschotten terug omdat appellante geen accountantsverklaring overlegde, terwijl dit verplicht was bij toepassing van artikel 6a van de NOW-1 en artikel 6 van Pro de NOW-3.
De rechtbank Limburg oordeelde dat de minister terecht om een accountantsverklaring vroeg en dat het op nihil stellen van de subsidie niet onevenredig was, mede omdat appellante bewust koos de aanvragen op werkmaatschappijniveau te doen en de kosten van de verklaring zelf droeg. De rechtbank passeerde een motiveringsgebrek in de besluiten.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat de kosten van een accountantsverklaring disproportioneel waren gezien de hoogte van de subsidie. De Raad stelde echter vast dat de regeling expliciet een accountantsverklaring vereist om misbruik te voorkomen en dat de minister een belangenafweging maakte die niet onevenredig was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding. De verplichting tot het overleggen van een accountantsverklaring is een legitiem middel om de rechtmatige besteding van overheidsgelden te waarborgen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht op nihil gesteld met terugvordering van voorschotten wegens het ontbreken van een accountantsverklaring.