ECLI:NL:CRVB:2025:1433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen op 18e verjaardag
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan omdat hij meende duurzaam geen arbeidsvermogen te hebben op de dag dat hij 18 jaar werd, vanwege diverse medische beperkingen. Het UWV weigerde de uitkering na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, waarop appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep voerde appellant opnieuw aan dat hij door niet-aangeboren hersenletsel en andere klachten niet in staat was om te werken zoals vereist. Hij bracht meerdere psychologische en neuropsychologische rapporten in ter onderbouwing. Het UWV verwees naar aanvullende medische rapporten die het eerdere oordeel ondersteunden.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht had geoordeeld dat appellant arbeidsvermogen had op zijn 18e verjaardag. De medische rapporten toonden geen cognitieve stoornissen die arbeidsvermogen uitsluiten, maar een sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand. Appellant had een mbo-diploma en rijbewijs behaald, wat duidt op basale werknemersvaardigheden. Er was geen reden om het eerdere oordeel te herzien of een deskundige te benoemen.
Het hoger beroep werd afgewezen, de weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant arbeidsvermogen had op zijn 18e verjaardag en wijst het hoger beroep af, waardoor de Wajong-uitkering wordt geweigerd.