ECLI:NL:CRVB:2025:1409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens verdiencapaciteit boven 65 procent
Appellant was sinds een bedrijfsongeval op 18 februari 2021 ziekgemeld en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 22 juli 2022 omdat appellant meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kon verdienen in passende functies. Appellant betwistte dit en stelde dat zijn medische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat hij de functies niet kon vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de situatie van appellant op de datum van beëindiging niet gelijk was aan de latere periode waarin sprake was van toegenomen mentale klachten.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, onderbouwd met een brief van zijn psycholoog. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV en oordeelde dat er geen aanwijzingen zijn dat de medische situatie op 22 juli 2022 ernstiger was dan aangenomen. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt en appellant kan meer dan 65% van zijn loon verdienen.
Het hoger beroep wordt verworpen, de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering per 22 juli 2022 wordt bevestigd omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen.