Uitspraak
19 februari 2024, 22/5980
Centrale Raad van Beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Halderberge heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Op 10 juni 2025 heeft het college dit hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft vervolgens verzocht om het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten. De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek van betrokkene beoordeeld aan de hand van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat bepaalt dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad heeft geoordeeld dat het college in de proceskosten moet worden veroordeeld en heeft de kosten begroot op € 907,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, op 24 september 2025.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Halderberge wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan betrokkene.