ECLI:NL:CRVB:2025:1374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen WW-aanvraag wegens ontbreken noodzakelijke gegevens
Appellant diende op 30 september 2022 een aanvraag in voor een WW-uitkering bij het UWV. Het UWV verzocht appellant om aanvullende documenten, waaronder arbeidsovereenkomsten en beëindigingsovereenkomsten, die noodzakelijk zijn om het recht op de uitkering te beoordelen. Appellant verstrekte slechts een overzicht van gewerkte uren en enkele stukken tijdens bezwaar, maar niet de volledige gevraagde informatie.
Op 19 oktober 2022 stelde het UWV de aanvraag buiten behandeling wegens het ontbreken van deze gegevens. Het bezwaar van appellant hiertegen werd ongegrond verklaard door het UWV. De rechtbank Midden-Nederland bevestigde dit besluit en oordeelde dat het UWV bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het niet duidelijk was waarom instanties zoals het UWV en de gemeente Utrecht niet onderling informatie kunnen uitwisselen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het aan appellant is om de benodigde informatie te verstrekken en dat het UWV terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om de WW-aanvraag buiten behandeling te stellen wordt bevestigd.