ECLI:NL:CRVB:2025:1370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen beroepschrift in WIA-zaak
Appellante heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland hoger beroep ingesteld in een WIA-zaak. De beroepstermijn bedraagt zes weken en begon te lopen op de dag na de verzending van de aangevallen uitspraak, namelijk 2 mei 2025. De termijn eindigde daarmee op 13 juni 2025.
Het beroepschrift werd echter pas op 18 juni 2025 ontvangen, dus na afloop van de beroepstermijn. Appellante gaf als reden voor de overschrijding aan dat zij tijdens de beroepstermijn met vakantie was en daardoor haar post niet tijdig kon behandelen. De Raad oordeelt dat dit geen bijzondere omstandigheid vormt die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakt.
De Raad benadrukt dat het op de weg van appellante lag om maatregelen te treffen zodat zij tijdens haar vakantie tijdig kennis kon nemen van de post. Omdat zij dit niet heeft gedaan, komt de termijnoverschrijding voor haar rekening en risico. De zitting van de rechtbank vond plaats op 3 april 2025, zodat appellante op de hoogte had kunnen zijn van een naderende uitspraak.
Gezien het niet tijdig indienen en het ontbreken van verschoonbare omstandigheden verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare reden.