ECLI:NL:CRVB:2025:1355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekte met fysieke en psychische klachten. Het Uwv stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde daarom de uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid correct was vastgesteld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar werkelijke beperkingen groter zijn dan vastgesteld, maar bracht geen nieuwe medische informatie in. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank terecht het besluit van het Uwv in stand heeft gelaten. De Raad onderschrijft de motivering dat het arbeidsongeschiktheidspercentage juist is vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend zijn.
Het hoger beroep wordt verworpen, waardoor de weigering van de WIA-uitkering blijft bestaan. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin op 3 september 2025.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.