Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag voor haar dochter, die een taalontwikkelingsstoornis en een disharmonisch intelligentieprofiel heeft. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft deze aanvraag vanaf het tweede kwartaal van 2023 afgewezen op basis van een advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), dat onvoldoende punten toekende voor noodzakelijke zorgfuncties.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat het CIZ-advies toereikend en inzichtelijk was en dat de Svb zich daarop mocht baseren. De rechtbank vond dat appellante onvoldoende medische onderbouwing had geleverd om het advies te betwisten.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad stelde vast dat de feitelijke situatie van de dochter niet was gewijzigd en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die een ander oordeel rechtvaardigen. Het hoger beroep is daarom afgewezen en de afwijzing van de dubbele kinderbijslag blijft in stand. Tevens is het verzoek om vergoeding van proceskosten en griffierecht afgewezen.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor dubbele kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal van 2023 wordt bevestigd.